vrijdag 26 juni 2020

Filippus

Extra materiaal van het verhaal voor kinderen. Verteld door Marianne tijdens de viering van 28 juni in de Ontmoetingskerk.

Video



Knutselen of tekenen

Een slinger van kinderen

Nodig:
  • stroken gekleurd papier missio slinger
  • schaar en plakband
  • viltstiften of kleurpotloden
Maak een grote slinger van kinderen

Neem een strook papier en vouw deze in harmonicavorm op. Op de bovenkant, aan de zijde van de vouw, tekent u de helft van een eenvoudige mensen/kinderfiguur. De kinderen knippen deze figuur uit en als ze de strook papier uitvouwen heeft ieder kind een slinger van kinderen. Zorg ervoor dat de strook lang genoeg is voor zo’n vijf figuurtjes.
missio slingerpopjeLaat de kinderen deze figuurtjes intekenen en kleuren. Daarna plakt u alle slingers aan elkaar tot één grote slinger van kinderen die de hele wereld representeren.

Geef kinderen een gezicht


Kinderen zien er allemaal anders uit. Denk aan verschillen in huidskleur, kleur van de ogen, verschillende neuzen of ander haar. Maar één ding hebben ze gemeen: ze zijn allemaal welkom bij Jezus.

ogenNodig:
  • lege jongens- en meisjesgezichten (zie afbeeldingen hieronder)
  • schaar en plakband
  • stokjes (20-25 cm) of grote satéprikkers
  • viltstiften of kleurpotloden
  • eventueel wiebeloogjes (Hema, €1 per zakje) of andere bruikbare stickers
WerkwijzeDruk de lege jongens- en meisjesgezichten af en kopieer ze op stevig papier (160 of 180 grams). U kunt ze ook op stevig karton plakken.kinderhoofd voorbeeld
Knip ze rond uit.

Geef elk kind één of meerdere lege gezichten en laat ze zelf een gezicht geven aan het jongetje/meisje.
Kinderen zien er allemaal anders uit. Denk aan huidskleur, kleuren ogen, verschillende neuzen, monden, kinnen of haar.
Daag de kinderen uit om iemand te maken die heel anders is dan zijzelf.
Plak de hoofdjes met plakband op de stokjes.
Tip: laat bij terugkomst in de kerk de kinderen zoveel mogelijk gezichtjes op de stokjes omhoog houden om te zwaaien naar de mensen in de kerk.
leeg gezicht jongen

leeg gezicht jongen 2leeg gezicht jongen 3leeg gezicht kaalleeg gezicht meisjeleeg gezicht meisje 2leeg gezicht meisje 3leeg gezicht meisje 4


Het verhaal
Filippus en de Ethiopiër
Filippus is een van de mensen die Jezus’ boodschap gehoord hebben en die na de dood van Jezus zijn boodschap verder brengen naar andere mensen.
Op een dag is hij op reis van Jeruzalem naar Gaza. Onderweg ziet hij een mooie reiskoets. Terwijl Filippus langs de koets loopt, hoort hij dat de man daarbinnen hardop aan het lezen is. Maar het klinkt alsof hij niet helemaal snapt wat hij leest.
ethiopier handelingen 8Filippus vraagt aan de man: "Ik vroeg me af of u wel begrijpt wat u daar leest. Ik hoorde u hardop voorlezen, ziet u." "Nee, eigenlijk niet," antwoordt de man. "Ik denk dat iemand mij de weg moet wijzen in dit boek. Zou u me kunnen helpen? Stapt U dan maar even in. Ik kom uit Ethiopië. Daar ben ik opperschatmeester bij de koningin. Ik ben in Jeruzalem geweest. Bij de tempel. Ik had zoveel goeds gehoord over de God van Israël. Ik heb een boekrol van de profeet Jesaja gekocht om onderweg in te lezen." Filippus zegt: "Ik ben Filippus en God heeft mij naar u toegestuurd. Leest u nog eens wat U daarnet las?" De opperschatmeester leest:
"Als een schaap werd Hij meegenomen om geslacht te worden. Als een lam deed Hij zijn mond niet open. Hij heeft zich niet verdedigd. Zijn vonnis is voltrokken. Zijn leven wordt weggenomen van de aarde."
"Mag ik u vragen over wie de profeet dit zegt?" vraagt de opperschatmeester aan Filippus. "Heeft hij het over zichzelf of over iemand anders?"
Dan zegt Filippus: "U komt toch uit Jeruzalem? Daar heeft u de tempel gezien. Daar woont God, want God wil bij de mensen zijn. Mensen zoals u en ik. God wil er zijn voor u. Hij reist met U mee. Maar niemand heeft ooit God gezien. Als je wilt weten hoe God is, moet je op Jezus letten. Jezus heeft laten zien, hoe God is."
Filippus vertelt over Jezus. Hoe hij mensen beter maakte, hoe hij naar mensen luisterde en ze hielp. "Het stuk uit Jesaja wat u zojuist gelezen heeft, zou over Jezus kunnen gaan. Jezus is als een schaap weggevoerd."
Dan vertelt Filippus wat er met Jezus gebeurd is. Dat ze Hem ter dood veroordeeld hebben en dat Hij dood gemaakt is. Maar dat de dood Jezus niet vast heeft kunnen houden. Hij leeft. Er zijn veel mensen die nu hetzelfde doen als wat Jezus gedaan heeft. Zij gaan dezelfde weg als Hij. Ze treden in zijn voetsporen. "Ik ben daar ook één van," zegt Filippus. "Daarom ben ik hier. Om u niet alleen te laten tobben en een eindje met u op te trekken."
dopenDe koets komt bij een water aan. De Ethiopiër zegt: “Zou ik gedoopt kunnen worden?” Ze gaan naar het water toe. De opperschatmeester gaat met Filippus in het water en laat zich door hem dopen. De Ethiopiër is blij en gaat verder met zijn reis.


vrijdag 19 juni 2020

De genezing van de verlamde man bij de Schone Poort

Extra materiaal van het verhaal voor kinderen. Verteld door Marianne tijdens de viering van 21 juni in de Ontmoetingskerk.

Video:

https://youtu.be/0uMMl92OeAM
Platen bij vertelling: 
Sweet Publishing / FreeBibleimages.org.












Knutselwerkje: Voet-sleutelhanger

Dit heb je nodig:
• foam of karton
• voetafdruk (download hier bijlage 1 én bijlage 2)
• chenille draad
• kralen
• naald
• touwtje of sleutelhanger
• schaar

1. Knip de voetafdruk (bijlage 1) uit en trek het over op het foam of karton.
2. Knip de voetafdruk met tekst (bijlage 2) uit en plak hem op het foam of karton.
3. Druk op de gaatjes met een naald door het papier en foam/karton heen.
4. Knip twee kleine stukken chenille draad en steek de beide stukjes door het voorste gaatje.5. Draai de twee uiteinden aan de achterkant aan elkaar.
6. Rijg eventueel wat kralen aan het draad.
7. Steek de draden nu allebei door de andere gaatjes en plak ze aan de achterkant met een plakbandje vast.
8. Maak met de naald een gaatje voorin de slipper. Rijg daar een touwtje door of een sleutelhanger (kan je kopen bij wibra) en klaar is je sleutelhanger.

Zo maak je een voet-sleutelhanger:




Knutselwerkje: Trekpop verlamde man
Picture




Nodig:
- werkblad (180gram)
- 4 splitpennen
- touw
- kleurpotloden/stiften
- schaar
(-prikpen/prikker)

Werkwijze:

1- Kleur de onderdelen op het werkblad en knip deze uit.
2- Maak met de prikpen (een punt van een schaar kan ook) gaatjes op de dikke
    zwarte stippen in de onderkant van de jas, de schouders, de bovenbenen en de bovenarmen.
3- Maak een klein gaatje op de vier aangegeven kleine stippen.
4- Bevestig de armen en benen met de splitpennen aan het lijf (niet te strak!)
5- Verbind de kleine gaatjes van de bovenarmen met een touwtje en de kleine gaatjes van de
    bovenbenen met een touwtje.
    Bevestig daarna een touwtje aan het touwtje van de bovenarmen
    en verbind deze met het touwtje van de benen. (Zie foto's achterzijde trekpop.)
6- Trek aan het touwtje: De lamme man was genezen.
     Hij bleef rondlopen en springen en dankte God.



Werkblad:




Het verhaal
Op een dag gingen Petrus en Johannes rond drie uur naar de tempel voor het middaggebed. Bij de ingang van de tempel, de Schone Poort genoemd, zat er een man, die al verlamd was vanaf zijn geboorte. Elke dag brachten mensen hem daar naartoe en zetten hem neer, zodat hij geld kon vragen aan de mensen die de tempel binnen gingen. Toen hij Petrus en Johannes zag aankomen, vroeg hij hen om wat geld. Petrus keek hem doordringend aan en zei, net als Johannes: - Kijk ons eens aan! Dat deed de man, omdat hij dacht dat hij iets van hen zou krijgen. Maar Petrus zei: - Ik heb geen zilver en goud, maar wat ik wel heb, zal ik je geven: in naam van Jezus Christus uit Nazaret, sta op en ga. Petrus pakte de man bij zijn rechterhand en hielp hem rechtop te staan. Meteen kwam er kracht in de voeten en enkels van de man. Hij sprong op en hij ging de tempel binnen, samen met Petrus en Johannes. Hij liep en sprong en loofde God. Alle mensen zagen hem lopen en God loven. Ze herkenden hem als de man die altijd bij de Schone Poort van de tempel zat voor een aalmoes. Ze waren diep onder de indruk van wat er met hem gebeurd was.


zaterdag 6 juni 2020

Saulus wordt Paulus


Extra materiaal van het verhaal voor kinderen. Verteld door Marianne tijdens de viering van 7 juni in de Ontmoetingskerk.

Video:

https://youtu.be/3oNlva6g3mk
Knutselwerkje: 

Een zonnebril voor PaulusEen knutselidee voor het bekeringsverhaal van Paulus op de weg naar Damascus. (Handelingen 9: 1-18) Hij werd verblind, vandaar een zonnebril. Moet op stevig papier afgedrukt worden, zodat het ook écht door de kinderen gedragen kan worden. Omdat het een verwerking was voor een kampboekje, moest er natuurlijk ook nog een bewaarhoesje bij komen, anders raken ze het kwijt.

zonnebril

Download de twee PDF files:


Kleurplaten: 





Het verhaal
De tekst ’Bijbel in gewone taal’ (Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1733-1734) 
Saulus was nog steeds een gevaar voor de volgelingen van de Heer Jezus. Hij wilde naar de stad Damascus om ook daar naar gelovigen te zoeken. Maar eerst ging hij naar de hogepriester. Hij vroeg of die hem brieven wilde meegeven voor de synagogen in Damascus. Want hij wilde toestemming hebben om alle gelovigen gevangen te nemen en hen naar Jeruzalem te brengen. Saulus vertrok naar Damascus. Toen hij daar bijna was, straalde er plotseling een licht uit de hemel om hem heen. Saulus viel op de grond en hoorde een stem zeggen: ‘Saulus, Saulus, waarom vervolg je mij?’ Saulus vroeg: ‘Heer, wie bent u?’ De stem zei: ‘Ik ben Jezus. Ik ben degene die jij vervolgt. Sta op en ga de stad in. Daar zal iemand je vertellen wat je moet doen.’ De mannen die met Saulus meereisden, hoorden wel een stem, maar ze zagen niemand. Ze waren zo verbaasd, dat ze niets wisten te zeggen. Saulus stond op van de grond. Zijn ogen waren open, maar toch kon hij niets zien. De mannen die bij hem waren, pakten zijn hand en brachten hem naar Damascus. Drie dagen lang kon Saulus niets zien. En al die tijd at en dronk hij niet. In Damascus woonde een gelovige die Ananias heette. In een droom zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’ Ananias antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’ Toen zei de Heer tegen hem: ‘Ga naar het huis van Judas, in de Rechte Straat. Vraag daar naar een man die Saulus heet, en uit de stad Tarsus komt. Hij is aan het bidden, en hij heeft een droom gehad. In die droom heeft hij gezien dat er een man naar hem toe komt die Ananias heet. En die man zorgt ervoor dat hij weer kan zien.’ Ananias zei: ‘Heer, Saulus heeft uw volgelingen in Jeruzalem veel kwaad gedaan. Dat heb ik van veel mensen gehoord. En hij is naar Damascus gekomen om iedereen die in u gelooft, gevangen te nemen. Hij heeft toestemming van de hogepriesters.’ Maar de Heer zei: ‘Toch moet je gaan. Want ik heb Saulus uitgekozen om voor mij te werken. Hij moet over mij vertellen aan alle volken, aan koningen en aan de Israëlieten. Als dienaar van mij zal hij veel moeten lijden. Dat zal ik hem laten zien.’ Toen ging Ananias op weg. Hij ging het huis in waar Saulus was, en legde zijn handen op hem. Hij zei: ‘Saulus, vriend, op de weg naar Damascus heb je de Heer Jezus gezien. Nu heeft hij mij naar jou toe gestuurd. Want hij wil dat je weer kunt zien, en dat de heilige Geest in je komt.’ Meteen kon Saulus weer zien. Het was alsof er een blinddoek voor zijn ogen weggehaald werd. Saulus stond op en liet zich dopen. En toen hij gegeten had, kreeg hij zijn kracht terug. Saulus bleef nog een paar dagen bij de gelovigen in Damascus. Hij ging meteen in de synagogen vertellen dat Jezus de Zoon van God is. Iedereen die hem hoorde, was erg verbaasd. De mensen zeiden: ‘Dat is toch de man die in Jeruzalem de gelovigen vervolgde? Hij wilde alle volgelingen van Jezus gevangennemen en naar de hogepriesters brengen. Daarvoor is hij toch ook hierheen gekomen?’ Saulus voelde zich steeds sterker. Hij bleef over Jezus vertellen, en hij maakte duidelijk dat Jezus de messias is. De Joden in Damascus wisten niet hoe ze op hem moesten reageren. 

Dichter bij de tijd
(Bewerking: C. Leterme) 
Saul is een Farizeeër. Hij wil de wet van God zo goed mogelijk navolgen. Daarom bedreigt hij de leerlingen van Jezus met de dood, want ze geloven niet zoals de andere joden. Hij gaat naar de hogepriester en vraagt: - Beste Hogepriester, mag ik de christenen van Damascus arresteren? De hogepriester geeft hem brieven die hem de toelating geven om christenen te arresteren in de synagogen van Damascus en hen naar Jeruzalem over te brengen. Saul is op weg en nadert Damascus. Ineens is er een hemels licht. Hij valt op de grond en hoort een stem: - Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? - Wie bent U dan, Heer? vraagt Saulus. - Ik ben Jezus die jij vervolgt, zegt de stem, kom, sta op en ga de stad binnen. Daar zal men je zeggen wat je moet doen. Zijn reisgenoten staan sprakeloos. Ze horen wel een stem, maar zien niemand. Saulus staat van de grond op. Hij heeft zijn ogen open en toch kan hij niets meer zien. Daarom nemen ze hem bij de hand en brengen hem zo Damascus binnen. Drie dagen kan hij niet zien. Hij eet of drinkt ook niet. In Damascus woont een leerling van Jezus die Ananias heet. Jezus zegt in een droom tegen hem: - Ananias, sta op en ga naar de Rechte Straat. Vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saul heet. Hij is nu juist aan het bidden en heeft in een droom gezien hoe iemand die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt, zodat hij weer kan zien. - Maar Heer, zegt Ananias, iedereen vertelt hoeveel kwaad die man aan de christenen doet. Ook hier wil hij elke christen gevangen nemen. - Ga toch maar, zegt Jezus, want Ik heb hem uitgekozen om over Mij te spreken bij alle mensen. Ananias vertrekt, gaat het huis binnen en legt hem de handen op. - Saul, broeder, zegt hij, de Heer heeft mij gestuurd - Jezus, die je onderweg hebt gehoord - zodat je weer kunt zien en vervuld wordt van Heilige Geest. Meteen kan Saul weer zien. Hij staat op en laat zich dopen. Hij eet iets om weer op krachten te komen. Saul blijft enkele dagen bij de christenen in Damascus. In de synagogen zegt hij dat Jezus de Zoon van God is. Al wie dat hoort staat versteld: - Is dat niet de man die in Jeruzalem elke christen wilde doden en dat ook hier wilde doen? Een tijd later laat Saul zich Paulus noemen. Zo laat hij zien dat hij een ander mens geworden is, want hij wil Jezus volgen.