Opening
De bottle flip
De kinderen zitten in een kring rondom een tafel. Op de tafel ligt een groen kleed, er staat een kaars en een flesje water.
Steek de kaars aan en geef alle kinderen een flesje water.
En probeer dan zelf eerst de bottle flip.
Laat de kinderen het daarna ook proberen. Sommige zal het lukken, andere niet.
Stel aan de kinderen voor om het straks nog een keer te proberen nadat ze gebeden hebben en de lezing van deze week hebben gehoord.
Bijbel
Navertelling Lucas 5,1-11
De evangelielezing van vandaag is het verhaal van de roeping van de eerste leerlingen, zoals beschreven in Lucas 5,1-11. Voor de jongste kinderen kan de navertelling gebruikt worden; voor wat oudere kinderen is de vertaling uit b.v. het Evangelieboek voor kinderen of de Bijbel in Gewone Taal ook heel goed te begrijpen.
Nog een keer proberen
Op een dag stond Jezus aan de rand van het meer van Gennesaret te preken. De mensen kwamen steeds dichter bij Hem staan, om goed te kunnen horen wat Jezus over God vertelde. Het was zo druk! Daarom keek Jezus om zich heen. Hij zag twee boten liggen. De vissers, van wie de boten waren stonden een stukje verderop hun netten schoon te spoelen. Hij stapte in de boot van Simon. Hij vroeg hem een stukje het meer op te varen. Nu kon iedereen Hem goed zien. Hij ging zitten in de boot en vertelde verder aan de mensen over God.
Toen Hij klaar was zei Hij tegen Simon: “Vaar nu naar het diepe en gooi de visnetten uit.” Simon protesteerde: “Meester, we hebben al de hele nacht gevist. We hebben helemaal niets gevangen. Maar goed, als U het zegt, proberen we het nog een keer.” Ze gooiden de netten uit en vingen zoveel vissen dat de netten bijna kapot scheurden. Daarom vroegen ze hun vrienden in de andere boot om hulp. Toen die gekomen waren konden ze allebei de boten vullen met vis. Die waren zo vol dat ze bijna zonken. Toen hij dat zag viel Simon
Petrus voor Jezus op de knieën en zei:
“Heer, ga bij mij weg. Ik ben een slecht mens.” Hij was helemaal van slag. Ook de anderen waren in de war. Zoveel vissen hadden ze nog nooit gevangen. Bij hen waren ook Jacobus en Johannes, twee broers die met Simon samenwerkten. Jezus zei: “Niet bang zijn. Voortaan vangen jullie geen vissen meer, maar helpen jullie mij om leerlingen te vinden. Dan zijn jullie vissers van mensen!”
De vissers brachten de boten naar de kant en lieten alles achter om met Jezus mee te gaan.
Gebed
Gebed om te blijven proberen
Lieve God,
ik flip dit flesje
elke keer opnieuw.
Meestal valt het flesje
had het helemaal geen zin.
Maar soms, plotseling staat het flesje recht overeind.
Daarom blijf ik het flesje flippen.
Zo wil ik het ook doen,
als ik denk aan uw droom van de nieuwe wereld:
elke keer opnieuw proberen.
Want soms ineens is uw Nieuwe Wereld er.
Amen
Verwerking
Gesprek met de kinderen
Vertel aan de kinderen:
Er is een spreekwoord. ‘Een ezel stoot zich in het gemeen nooit twee keer aan dezelfde steen.’ Dat spreekwoord probeert ons te leren dat het dom is om twee keer dezelfde fout te maken. Als iets niet wil lukken dan kunnen we beter direct stoppen met het proberen. Toch? Nee, het spreekwoord gaat niet altijd op. Soms moet je fout op fout durven stapelen om het uiteindelijk goed te kunnen. Zoals een peutertje dat leert lopen steeds opnieuw weer opstaat.
In de lezing horen we dat de vissers de hele nacht hebben gevist. Elke keer opnieuw hebben ze hun netten uitgegooid en toch niets gevangen. Er is geen reden om het nog een keer te doen. Toch gooien ze hun netten weer uit. Alleen omdat Jezus het zegt.
Is het nu een wonder dat de netten nu wel vol komen te zitten? Heeft Jezus dat met een toverstokje zo getoverd?
Kijk even wat de reacties van de kinderen zijn.
Het is voor de kinderen waarschijnlijk een wonder, omdat ze Jezus ook kennen van de wonderen die Hij doet.
Vertel dan dat het ook anders kan zitten. Het is geen kunstje van Jezus.
Het is net als met ons flesje dat we aan het begin van de bijeenkomst probeerden te flippen. We hebben nu gebeden, en het verhaal gelezen. Als we nu opnieuw proberen ons flesje te flippen dan zal het bij sommige van jullie goed gaan, en bij andere zal het opnieuw mislukken. Maar als we allemaal maar blijven proberen dan zal het op een zeker moment als vanzelf bij iedereen lukken om het flesje te flippen. Dat heeft niets met bidden te maken, dat komt omdat we oefenen.
Leg uit dat het zo is met veel dingen waarvan Jezus wil dat wij ze doen. Jezus wil dat wij goed zijn voor de wereld. Maar dat kunnen we niet plots omdat jezus het zegt, we moeten dat blijven proberen, keer op keer op keer.
Bijvoorbeeld. Jezus wil dat we in vrede leven met iedereen. Toch maken we wel eens ruzie. In vrede leven gaat niet zomaar goed, omdat Jezus het wil. Wijzelf moeten het blijven proberen omdat Jezus het wil. En op een dag is het vrede, zoals ook op een dag de flesjes overeind staan. Doordat we veel geoefend hebben.
Blijf proberen de flesjes recht te krijgen todat het iedereen gelukt is. Kijk eventueel even bij de Extra's voor wat meer informatie, en een beetje verklaring.
Extra's
Bottle flip, hoe werkt het?
De bottle flip is verre van eenvoudig. Misschien helpt het om te weten hoe het werkt?
De tekst is in het Engels.
Eenvoudige vertaling: doordat het water vrij door het flesje kan bewegen, vertraagt het het draaien van het flesje. Hierdoor komt het flesje netjes op de onderkant terecht.

Kleurplaat vissers met volle netten
Wie volhoudt heeft resultaat.
Praat met de kinderen over wat ze op de tekening zien. Wat denken ze dat de vissers denken? Hoe kijken ze?

Liedje: Jezus die langs het water liep
Dit liedje brengt wat er ooit in het verleden gebeurde in ons eigen leven. Om samen met de kinderen te zingen of beluisteren, en te kijken wat Jezus hier van ons vraagt.
Jezus die langs het water liep
en Simon en Andreas riep,
om zomaar zonder praten
hun netten te verlaten,
Hij komt misschien vandaag voorbij
en roept ook ons, roept u en mij,
om alles op te geven
en trouw Hem na te leven.
Jezus die langs de straten kwam
en tollenaars terzijde nam:
‘k Wil in uw woning wezen
voor nu en voor nadeze',
Hij komt misschien vandaag voorbij
en neemt ook u terzij of mij
en vraagt ons, Hem te geven
de rijkdom van ons leven.
Christus die door de wereld gaat
verheft zijn stem niet op de straat,
Hij spreekt ons hart aan, heden,
en wenkt ons met zich mede.
En lokt ook nog zoveel ons aan
tot wie zouden wij anders gaan?
Hij heeft en zal ons geven
alles, het eeuwig leven.
Tekst: Ad den Besten
Muziek: Frits Mehrtens
Spelletje: Vissertje
Aanvankelijk was Jezus de enige visser. En Hij had al een heleboel mensen gevist. Zo kreeg Hij er langzamerhand een paar vissers bij.
Speel tikkertje, met als extra regel: iedereen die getikt is die mag de tikker helpen.
Jezus had wel gelijk dat Hij meer mensen wilden hebben of niet? Dit is veel makkelijker dan alleen mensen tikken.
Speelt tot iedereen getikt is, en daarna nog een keer, zolang als leuk is.
Liedje en filmpje: Er loopt een man die helpers zoekt
Jezus riep vissers op om Hem te volgen, maar Hij kijkt ook naar ons!
Tekst: Erik Idema
Muziek: Gerard van Amstel
Achtergrond
Roeping van de leerlingen
Roeping van de leerlingen
Dit verhaal gaat over de drie belangrijkste, meest voorkomende, leerlingen van Jezus. Simon Petrus, die we vaker onder de naam ‘Petrus’ tegen komen en de twee broers Johannes en Jacobus. Wat heel opvallend is dat dit de drie belangrijkste leerlingen van Jeuzs zijn geworden, maar zij in dit verhaal niet uitzichzelf op Jezus afkomen. Ze stonden op een afstandje gewoon hun werk te doen terwijl andere mensen zich zo opdrongen aan Jezus dat het Hem wat veel werd.
De drie belangrijkste leerlingen van Jezus zijn dus niet naar Jezus toe gekomen om Hem te volgen, ze hebben zich niet aangeboden. Ze herkende Hem wel als belangrijk, maar zodra ze ontdekken welk een macht Jezus heeft, verzoeken ze Hem weg te gaan. Simon Petrus noemt zichzelf zelfs een zondaar. Toch wil Jezus ook hem hebben om mensen te vangen. Overigens waren tenminste zeven van Jezus leerlingen visser van beroep.
Vissers van mensen
Wilt u het mensen-vangen met de kinderen bespreken, gebruik dan het woord vangnet als iets waarin je opgevangen wordt als je valt. Het is een veiligheidsnet. Geen verstikkend net zoals de kinderen door de associatie met de vis zullen gaan denken.
Het meer van Genesaret
Het meer dat genoemd wordt in de lezing van vandaag is bekend onder vele namen. Hier heet het ‘het meer van Genesaret’, maar het wordt ook vaak ‘het meer van Galilea’ of ‘het meer van Tiberias’ genoemd. Het ligt in het noorden van Israël en is ongeveer 166 km2 in oppervlakte, 13 km breed en 21 km lang.
Op een groene doek ligt een bijbel, staat een kaars en liggen een aantal kranten waarin te lezen is dat het niet goed gaat met onze planeet/met vredesonderhandelingen/met het gewicht van onze kinderen etc.
Daarom zei Jezus: “Jullie willen vast zeggen: Jezus, bewijs jezelf maar! Je deed bijzondere dingen in Kafarnaüm, doe het nu ook maar hier in je eigen woonplaats.” Hij schudde zijn hoofd en zei: “Er is een gezegde: ’Naar een profeet wordt nooit geluisterd in zijn eigen woonplaats.’ Je kunt dat lezen in de Bijbel; Ik zal jullie twee voorbeelden geven. Denk maar aan de profeet Elia. In zijn tijd regende het ruim drie jaar niet in ons land, en er heerste hongersnood. Toch gaf God Elia de opdracht om naar het buitenland te gaan, naar een weduwe in Sarepta. En heb je het verhaal over de profeet Elisa nog in je hoofd? Overal in Israël leefden mensen met een huidziekte. Maar Elisa maakte niemand van hen beter. De enige die genezen werd was Naäman. En hij kwam uit Syrië.”
Hang de eerste flap op en bespreek met de kinderen wie dat niet leuk zou vinden om te horen. Schrijf hun antwoorden op onder de vragen.
Nodig:
Het verhaal over Jezus in de synagoge van Nazaret heeft de kerk in twee delen geknipt. Deze zondag lezen we het tweede deel, vorige week kon je het begin horen. Door zo te knippen, ligt de nadruk voor vandaag op de transformatie die Jezus doormaakt van zoon van een timmerman naar een profeet met een blijde boodschap. Ook ontdekken we op deze manier al aan het begin van het Evangelie van Lucas dat er weerstand is tegen de boodschap van Jezus. Weerstand die levensbedreigend is. De missie van Jezus is niet ongevaarlijk voor Hemzelf. Dat gold net zo voor de profeten die Jezus als voorbeeld aanhaalt, als Hij zijn dorpsgenoten toespreekt.
Jezus citeert Jesaja en verklaart dat Hijzelf zal uitvoeren wat Jesaja schrijft. Jesaja is één van de grote profeten van het Oude Testament. Hij leefde in Jeruzalem en had waarschijnlijk contact met de koningen tussen 740 en 698 voor Christus. Hij en zijn leerlingen schreven samen aan het bijbelboek Jesaja. In zijn verkondiging legt Jesaja enerzijds de nadruk op het vertrouwen dat wij moeten hebben in God. We moeten niet allemaal verbondjes sluiten met onbetrouwbare mensen, maar erop vertrouwen dat God ons helpen zal. Anderzijds heeft Jesaja felle kritiek op de misstanden in zijn tijd. Vooral het uitbuiten van de armen door de rijken kan op zijn scherpe kritiek rekenen.
Als u er iets meer werk van wilt maken kunt u ook een boekrol namaken en daar Jesaja op zetten.
Jezus was in de woestijn geweest. Vanaf toen wist Hij dat de heilige Geest Hem helpen zou. Hij ging terug naar huis, naar Galilea, waar Hij woonde. Op een sabbat ging Hij naar de synagoge in Nazaret, waar zijn ouders nog woonden. In de synagoge mochten alle volwassen mannen uit de Bijbel lezen en die daarna uitleggen. Jezus stond op. Ze gaven Hem het boek van de profeet Jesaja om dat voor te lezen. Hij opende het boek en begon te lezen wat er stond. Hij las:
Alle kinderen mogen om de beurt een verhaal noemen en u schrijft het verhaal met een trefwoord of een korte zin op een een post-it memo en plakt deze onder elkaar op een flapover.
Wanneer u een groep met vooral jonge kinderen heeft, zult u de tekst moeten inkorten. Neem dan bijvoorbeeld de eerste drie korte zinnen. Maar maak hem niet te kort, het gaat er vooral om dat u kunt laten zien dat het moeilijk iets om iets goed door te vertellen.
Maar soms wordt hij ook afgebeeld als een schilder. Dan is hij aan het werk aan een beeltenis van Maria.
Er staan ook twee kannen waarvan de een gevuld is met water en de andere met (aanmaak)limonade. Voor alle kinderen is er een bekertje.
Er waren in Kana twee mensen die met elkaar gingen trouwen. Ze hielden van elkaar en wilden dat aan iedereen vertellen. Daarom vierden ze hun bruiloft met een groot feest. Er werden heel veel mensen uitgenodigd. Ook Jezus was er, samen met zijn moeder en zijn leerlingen. Er waren zoveel mensen dat de wijn opraakte.
Daarna herneemt u het gesprek.
Vragen stellen aan de gastheer van het feest

De ceremoniemeester gaat naar de bruidegom als hij ontdekt dat er plotseling veel betere wijn is. Dat is een logische stap, het was bij bruiloften gebruikelijk dat de bruidegom zorgde voor de wijn.
Wanneer de kinderen in de eigen ruimte binnenkomen, gaan zij in een kring zitten. In het midden ligt een groot wit kleed of een laken. Daarop worden de doopsymbolen neergelegd. Eén van de begeleiders heet de kinderen welkom en haakt in op wat de voorganger zojuist gezegd heeft. Het woord ‘sacrament’ valt nog een keer. Vraag dan om stilte en steek in die stilte een kaars aan.
Het lijkt wel of iedereen naar de oever van de rivier de Jordaan gekomen is om door Johannes gedoopt te worden. Eerst praat Johannes even met hen; dan worden ze gedoopt.
Door wie werd Jezus gedoopt? En weten ze nog waarin? (rivier waarin Johannes de mensen doopt is de Jordaan)


